Aangepast met AI
Prompt. Hallucinatie. Deepfake. Large Language Model. De taal van AI duikt ineens overal op. Maar hoe goed spreken we die nieuwe taal eigenlijk? Uit onderzoek onder duizend Nederlanders blijkt dat we AI inmiddels volop gebruiken, terwijl ons begrip van de technologie achterblijft.
Meer dan de helft van de Nederlanders denkt de basis van AI te beheersen, maar op een kennistest over AI-terminologie en AI-geletterdheid scoren we gemiddeld een 5,1.
Nederlanders denken AI
beter te begrijpen dan ze doen
Nederlanders zijn behoorlijk positief over hun eigen AI-kennis. Ruim de helft van de ondervraagden zegt de basis van AI te begrijpen en te gebruiken. Onder jongeren ligt dat percentage zelfs nog hoger.
De AI-toets uit ons onderzoek laat een ander beeld zien. Gemiddeld scoren Nederlanders een 5,1: een 4,9 voor AI-terminologie, een 5,4 op AI-geletterdheid (het vermogen om AI te begrijpen en kritisch te gebruiken).
Een voorbeeld: acht op de tien Nederlanders weten wat een deepfake is, maar slechts één op de vijf weet wat een Large Language Model daadwerkelijk is. En als het over neurale netwerken gaat, haakt meer dan de helft af. Het vocabulaire groeit, maar de spreekvaardigheid blijft achter. We herkennen steeds meer AI-termen, zonder altijd te begrijpen wat ze betekenen.
Veel Nederlanders zien AI nog
als een slimme zoekmachine
AI heeft in korte tijd zijn plek veroverd in het dagelijks leven. Nederlanders gebruiken AI vooral om vragen te stellen, informatie op te zoeken en teksten te schrijven of verbeteren.
Toch blijkt dat veel mensen nog een verkeerd beeld hebben van hoe generatieve AI werkt. Slechts 14 procent weet dat generatieve AI zelf nieuwe content creëert. Bijna de helft denkt dat AI simpelweg bestaande informatie opzoekt en samenvat, vergelijkbaar met een zoekmachine.
Dat verklaart voor een deel waarom AI voor veel gebruikers vertrouwd voelt. Wie AI vooral gebruikt om antwoorden te krijgen, ervaart de tool al snel als een slimmere versie van Google. Maar daarmee ontstaat ook het risico dat mensen overschatten hoeveel ze werkelijk begrijpen van de onderliggende technologie.
Het vertrouwen in AI is
groter dan de kennis ervan
De opvallendste uitkomst uit het onderzoek gaat over vertrouwen. AI-systemen kunnen fouten maken. Ze kunnen zelfs overtuigend klinkende informatie verzinnen die niet klopt. In de AI-wereld staat dat bekend als een hallucinatie. Minder dan de helft van de Nederlanders weet wat die term betekent.
Daarnaast denkt 17 procent van de Nederlanders dat AI antwoorden vooraf controleert op feitelijke juistheid. Een kwart denkt dat AI argumenten afweegt zoals een mens dat doet. Beide aannames zijn onjuist. Dat gebrek aan kennis zien we ook terug in gedrag. Slechts 16 procent controleert AI-output altijd bij een andere bron. Het grootste deel doet dat soms, zelden of helemaal niet.
Daar zit een risico: wie niet weet hoe AI tot antwoorden komt, merkt ook minder snel wanneer die antwoorden onvolledig of onjuist zijn.
AI raakt ons dagelijks leven
meer dan we denken
Voor veel Nederlanders is AI nog vooral een chatbot op een scherm. Maar achter de schermen speelt de technologie inmiddels een veel grotere rol. AI wordt tegenwoordig ingezet in uiteenlopende processen, zoals hypotheken, sollicitaties en zorg. Toch weet bijna de helft van de Nederlanders niet dat dit gebeurt.
Ook over verantwoordelijkheid bestaat veel onduidelijkheid. Wanneer AI een fout maakt met gevolgen voor een persoon, blijkt lang niet iedereen te weten wie daarvoor verantwoordelijk is. Meer dan de helft van de Nederlanders heeft hier een verkeerd beeld van of weet het simpelweg niet.
Dat laat zien dat AI voor veel mensen nog wordt gezien als een persoonlijke assistent, terwijl de technologie steeds vaker onderdeel is van systemen die besluiten nemen of ondersteunen.
Conclusie:
Nederland leert de taal van AI nog volop
Spreekt Nederland de taal van AI al vloeiend? Nog niet. Nederlanders gebruiken AI steeds vaker en raken vertrouwd met de bijhorende terminologie. Tegelijkertijd blijkt de kennis over de werking, beperkingen en risico’s van AI achter te blijven.
Dat is geen reden tot zorg, maar wel een signaal. Zoals bij iedere nieuwe taal begint begrip met meer dan alleen woorden herkennen. Pas wanneer we weten hoe AI werkt, wanneer het fouten maakt en hoe we de uitkomsten moeten beoordelen, kunnen we de technologie echt goed gebruiken.
Spreekt jouw organisatie de taal van AI?