Skip to main content
Abstracte futuristisch afbeelding
  • Auteur

    Conclusion

    |
  • Publicatiedatum

    15 juli, 2026

    |
  • Deel

Data-ecosystemen leveren pas waarde op als organisaties durven vastleggen hoe samenwerking werkt

 

Veel organisaties willen wel data delen, maar durven de echte keuzes nog niet te maken

 

Organisaties werken steeds vaker samen met partners, leveranciers en andere partijen in hun sector om data te delen. De voordelen zijn daarbij duidelijk: betere dienstverlening, efficiëntere ketens en slimmere besluitvorming over organisatiegrenzen heen. Dat blijkt ook uit ons onderzoek naar de digitale realiteit van Europese organisaties: de Tech Reality Check 2026. Twee derde van organisaties werkt al in enige mate aan data-ecosystemen. Toch heeft slechts een kleine minderheid structurele samenwerking gerealiseerd.

 

Volgens Ernout Douqué, CTO van Conclusion Intelligence, zit daar de spanning. “Bestuurders stellen zelden de vraag of ze willen samenwerken in data-ecosystemen. Die vraag is al beantwoord. De échte vraag is: onder welke voorwaarden zijn we bereid om controle uit handen te geven?”

 

Dat maakt samenwerken in data-ecosystemen een bestuurlijk vraagstuk. Natuurlijk zijn goede data, API’s, standaarden en veilige infrastructuur nodig. Maar de blokkade ontstaat eerder: bij eigenaarschap, aansprakelijkheid, besluitvorming en vertrouwen in de inrichting. Zolang die vragen niet expliciet op tafel liggen, blijft samenwerking hangen in pilots. Actief genoeg om te zeggen dat de organisatie ermee bezig is, te voorzichtig om er structureel waarde uit te halen.

"Data-ecosystemen lopen zelden vast omdat organisaties geen data willen delen. Ze lopen vast omdat niet scherp genoeg is afgesproken wat delen betekent."

Ernout Douqué

CTO Conclusion Intelligence

Pilots leveren geen ecosysteem op

“Pilots zijn bestuurlijk comfortabel,” zegt Ernout. “Aansprakelijkheid en eigenaarschap blijven klein, overzichtelijk en afgebakend. Maar zodra je naar structurele samenwerking gaat, moet je duidelijk maken wie waarvoor verantwoordelijk is. En daar ontstaat frictie.” Die frictie is begrijpelijk. Een bestuurder die instemt met datadeling, accepteert een concreet risico: juridische aansprakelijkheid, privacy-impact, mogelijke reputatieschade. Daartegenover staat toekomstige waarde die vaak minder tastbaar is. Betere dienstverlening, efficiëntere ketens, slimmere besluitvorming of nieuwe proposities zijn aantrekkelijk, maar meestal niet op dag één hard te maken.

 

Volgens Ernout verklaart dat waarom organisaties optimaliseren binnen hun eigen omgeving. “Iedereen wil wel samenwerken, maar als het puntje bij paaltje komt, is het best uitdagend om een concreet risico te accepteren voor een opbrengst die later zichtbaar wordt én organisatorische complexiteit met zich meebrengt.”

De grip op data gaat over meer dan techniek

Als bestuurders zeggen dat ze grip op data niet willen verliezen, bedoelen ze volgens Ernout meestal drie dingen tegelijk. Ze willen juridische grip: wie is aansprakelijk als er iets misgaat met gedeelde data? Ze willen commerciële grip: deel ik met mijn data ook een deel van mijn concurrentievoordeel? En ze willen governance-grip: wie beslist straks over data die niet meer alleen binnen de eigen organisatie wordt gebruikt?

 

“Dat los je niet op met techniek alleen,” zegt Ernout. “Technologie kan veel mogelijk maken, maar heldere afspraken over besluitvorming en eigenaarschap bepalen of samenwerking houdbaar wordt.” Die lijn sluit direct aan op ons onderzoek. De belangrijkste blokkades voor samenwerking zitten vooral in juridische en privacyzorgen, datakwaliteit en eigenaarschap, gemeenschappelijke standaarden en conflicterende belangen. Technische infrastructuur speelt mee, maar is slechts één deel van het probleem.

 

De misvatting dat data-ecosystemen vooral een IT-vraagstuk zijn, vertraagt volgens Ernout veel organisaties. “Dit kun je niet simpelweg delegeren aan de CIO. Natuurlijk heeft IT een belangrijk rol, maar de keuzes over risico, waarde verantwoordelijkheid en positie in het ecosysteem. Dat maakt het een onderwerp voor het hele bestuur.”

Een strategie zonder keuzes blijft een intentieverklaring

Op papier zijn veel organisaties verder dan in de praktijk. Ze hebben een datastrategie, zien kansen in samenwerking en begrijpen waarom data delen waardevol kan zijn. Maar tussen strategie en uitvoering zit vaak een groot gat. Dat blijkt ook uit de Tech Reality Check: veel organisaties hebben wel een strategie voor data-uitwisseling, terwijl structurele samenwerking nog beperkt van de grond komt. “Dat duidt op beperkt doorpakken,” zegt Ernout. “Organisaties kiezen dan wel voor een strategie, maar nog onvoldoende voor de consequenties. Denk aan investeren in technische gereedheid, juridische frameworks vooraf vastleggen en eigenaarschap binnen het ecosysteem expliciet beleggen. Zonder die keuzes is een datastrategie vooral een intentieverklaring.”

 

Dat is een belangrijk punt. Een data-ecosysteem ontstaat niet doordat organisaties in een document opschrijven dat samenwerking belangrijk is. Het ontstaat pas wanneer partijen afspreken welke data wordt gedeeld, wie verantwoordelijk blijft voor kwaliteit, welke standaarden gelden, wat er gebeurt bij fouten en hoe een samenwerking netjes eindigt als partijen uit elkaar gaan. Die afspraken zijn vaak minder aantrekkelijk dan de belofte van het ecosysteem zelf. Ze zijn concreet, soms ingewikkeld en vragen om onderhandeling. Maar zonder die basis blijft samenwerking kwetsbaar.

Magenta data transfer graphic

Wat is een data-ecosysteem?

Een data-ecosysteem is een samenwerkingsverband waarin organisaties onderling data uitwisselen om gezamenlijk meer waarde te creëren dan ze alleen zouden kunnen. Denk aan een ziekenhuis dat patiëntgegevens deelt met huisartsen en apothekers, een retailer die voorraaddata koppelt aan die van zijn leveranciers, of overheidsinstanties die registers samenvoegen voor betere dienstverlening. De kern is niet de technologie, maar de afspraak: wie deelt wat, met wie, onder welke voorwaarden en met welk doel? Juist die afspraken (over eigenaarschap, aansprakelijkheid en standaarden) blijken in de praktijk de grootste drempel.

Wie te lang wacht, verliest positie

Niet kiezen voelt soms verstandig. Zeker als juridische kaders nog onzeker zijn, standaarden in beweging blijven of partners technisch nog niet even ver zijn. Toch is wachten niet neutraal. Volgens Ernout gebeurt er dan op twee niveaus iets. Ten eerste verzwakt de onderhandelingspositie van de organisatie. “Wie pas instapt als standaarden en governance-afspraken al door anderen zijn vastgelegd, moet die accepteren zoals ze zijn.” Ten tweede mist de organisatie het leereffect. Samenwerken in data-ecosystemen leer je niet vanaf de zijlijn. Organisaties die eerder beginnen met het maken van afspraken, het inrichten van governance en het koppelen van systemen, bouwen ervaring op die later moeilijk is in te halen. In het onderzoek is Duitsland daarvan een interessant voorbeeld: waar strategie, uitvoering en governance samenkomen, worden vaker meetbare verbeteringen gerapporteerd.

 

“Dat soort resultaat haal je niet in één jaar in,” zegt Ernout. “Wie nu delen van de puzzel blijft optimaliseren, kan over een paar jaar structureel achterstaan.”

 

Dat maakt data-samenwerking ook strategischer dan veel organisaties nu behandelen. Het gaat, naast een efficiëntere uitwisseling van informatie, om de vraag welke rol een organisatie straks speelt in een keten, sector of publiek-private samenwerking. Wie meebouwt, praat mee over de spelregels. Wie later aansluit, krijgt ze vaker aangereikt.

Begin bij de voorwaarden

De eerste vraag is vaak: welke data kunnen we delen? Volgens Ernout is dat niet de beste start. “Begin met de vraag onder welke afspraken je data zou willen delen, en met wie. Eigenaarschap en aansprakelijkheid moet je niet behandelen als laatste juridische check, maar als ontwerpprincipe van de samenwerking zelf.”

 

Dat vraagt om gesprekken over voorwaarden. Wie blijft eigenaar als data door het ecosysteem stroomt? Wie bewaakt de kwaliteit? Wie is aansprakelijk als verkeerde of verouderde data tot schade leidt? Welke standaarden spreken partijen af? En wat gebeurt er met data als een organisatie uit het ecosysteem stapt?

 

Daarmee wordt samenwerking niet zwaarder gemaakt dan nodig. Integendeel: goede afspraken maken samenwerking juist lichter. Ze voorkomen dat elk nieuw initiatief opnieuw blijft hangen in dezelfde onzekerheden.

 

“Een goed ecosysteem regelt dat partners toegang krijgen tot data zonder dat eigenaarschap automatisch meebeweegt,” zegt Ernout. “Moderne data-architecturen met concepten zoals data spaces of zero-copy data sharing maken dat mogelijk. Maar technologie werkt alleen als de governance vooraf is afgesproken.”

Maak datavolwassenheid bestuurlijk

Als een bestuurder Ernout vraagt waar de komende maanden regie op nodig is, begint hij niet met een nieuw platform. Hij begint bij keuzes. Leg vóór de volgende pilot het juridische framework vast. Kies bewust één ecosysteem waarin de organisatie structureel wil meedoen en investeer daar gericht in standaarden en API-gereedheid. En maak datavolwassenheid een bestuurlijke KPI, geen half IT-doel. Die laatste is belangrijk. Datavolwassenheid gaat ook over eigenaarschap, definities, besluitvorming, security, compliance en het vermogen om data daadwerkelijk te gebruiken in samenwerking met anderen.

 

“De denkfout is dat je eerst de techniek op orde moet hebben en daarna de governance kunt regelen,” zegt Ernout. “Succesvolle organisaties combineren datastrategie, governance, organisatie en (technische) uitvoering tegelijk.” Dat vraagt om regie in de boardroom. Niet als abstract digitaal thema, maar als concreet gesprek over waarde en risico. Welke aansprakelijkheid accepteert de organisatie? Welke waarde moet samenwerking opleveren? Op welke termijn? En wie is bestuurlijk eigenaar als het onderwerp tussen de CIO, CFO en COO in dreigt te vallen?

Data delen vraagt om bestuurlijke scherpte

De Tech Reality Check laat zien dat organisaties hun digitale pijnpunten vaak goed herkennen, maar die nog te weinig vertalen naar samenhangende keuzes. Bij data-ecosystemen wordt dat patroon scherp zichtbaar. De ambitie is er. De eerste beweging ook. Maar de stap naar structurele samenwerking vraagt om meer dan deelname aan een pilot of het bouwen van een technische koppeling.

 

Volgens Ernout begint de doorbraak bij duidelijke keuzes. “De vraag is niet hoe ver je bent met data-ecosystemen. Dan krijg je voortgangsrapportages over pilots. De betere vraag is: welke aansprakelijkheid zijn we bereid te accepteren, wat moet dit opleveren en wie neemt daar bestuurlijk verantwoordelijkheid voor?” Daarmee verschuift het gesprek van voorzichtig verkennen naar gericht organiseren. Want data-ecosystemen leveren pas waarde op als organisaties durven vastleggen hoe samenwerking werkt. Wie deelt wat, onder welke voorwaarden, met welk doel en met welke verantwoordelijkheid? De technologie kan veel mogelijk maken. Maar de echte waarde ontstaat pas als bestuurders de spelregels kunnen en durven bepalen.

Professionals glimlachend in gesprek

Hoe kan jouw organisatie waarde halen uit data-ecosystemen?

Spar met onze experts over datasamenwerking, governance, dataplatformtechniek en de keuzes die nodig zijn om van pilot naar structurele waarde te komen.