Coen Egberink
  • Auteur

    Coen Egberink

    |
  • Publicatiedatum

    8 juni, 2026

    |
  • Deel

vraagt om meer dan betere koppelingen 

Interoperabiliteit in de zorg

De zorg digitaliseert razendsnel. We leggen meer data vast dan ooit. Nieuwe zorgvormen zoals telemonitoring en hybride zorg zijn in korte tijd volwassen geworden. En toch krijgen we het delen van die informatie nog steeds niet goed voor elkaar.

 

Gegevens zitten verspreid over systemen, instellingen en domeinen. Ze zijn er wel, maar niet in samenhang beschikbaar. Dat maakt samenwerking complex, verhoogt de werkdruk en vertraagt de zorg: de kern van het interoperabiliteitsvraagstuk.

We wisselen data uit,
maar begrijpen elkaar niet
 

Interoperabiliteit wordt nog te vaak gezien als een technisch probleem. Het gesprek gaat over koppelingen, API’s en berichterstandaarden. Belangrijk, maar het is niet waar het echt misgaat. Want data kunnen versturen betekent niet dat je elkaar begrijpt.

 

Een bloeddrukwaarde, diagnose of medicatieafspraak krijgt pas betekenis als voor iedereen duidelijk is wat er precies bedoeld wordt, in welke context die is vastgelegd en hoe die informatie opnieuw gebruikt kan worden. Als die gedeelde betekenis ontbreekt, blijven organisaties afhankelijk van interpretatie, vertaalslagen en maatwerk.

 

Dan ontstaat de situatie die veel zorgorganisaties herkennen: systemen zijn gekoppeld, maar de praktijk blijft complex en kwetsbaar.

De echte verschuiving:
van techniek naar betekenis
 

Daarom verschuift interoperabiliteit van techniek naar betekenis. Het gaat niet alleen om uitwisseling, maar om semantische interoperabiliteit: data zo vastleggen dat die overal op dezelfde manier wordt begrepen en gebruikt. Dat is essentieel in een zorglandschap waarin patiënten zich continu verplaatsen tussen zorgverleners en domeinen. Informatie moet daarin mee kunnen bewegen, zonder dat die bij iedere overdracht opnieuw geïnterpreteerd hoeft te worden.

 

De afgelopen jaren hebben we vooral systemen gekoppeld. De komende jaren moeten we data begrijpen.

Ontwerp zonder titel (39)-1

Een andere manier
van denken over zorgdata
 

In die ontwikkeling groeit het belang van openEHR. Dat is geen applicatie en vervangt geen bestaande systemen. Het is een open specificatie om zorginformatie los van applicaties vast te leggen. De essentie: de betekenis van data wordt expliciet vastgelegd, onafhankelijk van de systemen waarin die data wordt gebruikt.

 

Dat maakt een fundamenteel verschil. Het creëert een datalaag die:

 

  • niet afhankelijk is van één leverancier;
  • langdurig bruikbaar blijft;
  • en inzetbaar is over organisaties en toepassingen heen.

 

Niet de applicatie staat centraal, maar de data.

Het gaat niet om één standaard  

Interoperabiliteit vraagt ook niet om één dominante standaard. Juist de combinatie maakt het krachtig.

 

  • FHIR ondersteunt moderne gegevensuitwisseling;
  • openEHR zorgt voor betekenisvolle vastlegging;
  • OMOP maakt analyse en onderzoek mogelijk.

 

Het gaat dus niet om kiezen tussen standaarden, maar om het helder definiëren van hun rol én het consequent toepassen daarvan.

Technologie is niet het echte probleem  

De grootste uitdaging zit niet in techniek, maar in hoe we zorg organiseren. Nieuwe digitale oplossingen worden nog te vaak bovenop bestaande processen gelegd. Dat leidt tot extra registraties, nieuwe werklijsten en meer complexiteit. Terwijl de echte opgave juist ligt in vereenvoudiging.

 

Goede interoperabiliteit vraagt niet om meer processen, maar om betere processen. Om een andere manier van kijken: niet vanuit systemen, maar vanuit data en samenwerking. Dat vraagt om keuzes. En die liggen niet alleen bij IT.

 

Bestuurders, architecten en zorgprofessionals moeten samen bepalen:

  • welke standaarden worden gebruikt;
  • hoe data wordt vastgelegd en gedeeld;
  • en wie verantwoordelijk is voor die afspraken.

 

Zonder die keuzes blijft interoperabiliteit hangen in losse initiatieven en tijdelijke oplossingen. Met die keuzes ontstaat een fundament waarop samenwerking wél schaalbaar wordt.

ontwerp-zonder-titel-37 (1)-1

De vraag
die nu voorligt
 

De komende jaren worden bepalend. De hoeveelheid zorgdata groeit snel. AI vraagt om betrouwbare, herbruikbare data. En zorg wordt steeds meer regionaal georganiseerd. Dat zet het huidige informatiestelsel onder druk.

 

De vraag is helder: blijven we investeren in losse koppelingen en systemen, of bouwen we aan een duurzaam datafundament?

 

Als system integrator in de zorg ziet Conclusion dagelijks hoe afhankelijk goede zorg is geworden van informatie. Daarom zien wij het als onze rol om niet alleen systemen te verbinden, maar om bij te dragen aan een omgeving waarin data, over organisaties heen, echt gebruikt kan worden.

Waar begin je?    

Wie interoperabiliteit serieus wil aanpakken, begint niet bij de volgende koppeling. De eerste vraag is: welke betekenis moet onze data hebben om veilig en herbruikbaar te zijn? Van daaruit volgen de keuzes:

 

  • welke standaarden zet je waarvoor in;
  • hoe organiseer je eigenaarschap van data;
  • en hoe zorg je dat afspraken ook echt worden nageleefd.

 

Dat gesprek is niet altijd eenvoudig. Maar het is wel de snelste route naar minder complexiteit, betere samenwerking en uiteindelijk betere zorg. Misschien is dat wel waar interoperabiliteit echt over gaat.

Samen voor kwalitatieve zorg

Toegangkelijk en betaalbaar

De zorg is in transitie en staat voor grote uitdagingen. De kloof tussen vraag en aanbod groeit en zet de houdbaarheid van ons zorgstelsel onder druk. Voor toekomstbestendige, toegankelijke en betaalbare zorg is vooruitgangskracht nodig. Met domeinoverstijgende samenwerking en oplossingen die werken in de praktijk.

Wil je sparren over
wat dit betekent voor jouw organisatie?

Ik kom graag met je in gesprek.

Coen Egberink

Coen Egberink

Marktdirecteur zorg